Miljoenennota 2019

Belangrijke fiscale wijzigingen

tekst: Wilfried Nijkamp


Door een aanpassing van de tarieven voor de inkomstenbelasting gaan huishoudens er gemiddeld op vooruit. Maar woningbezitters krijgen te maken met een beperking van de hypotheekrenteaftrek en andere aftrekposten.

Een belastingmaatregel met grote invloed op het inkomen is de stapsgewijze verlaging van het aantal tariefschijven voor de inkomstenbelasting in box 1 van vier naar twee. Vanaf 2021 geldt een basistarief van 37,05 procent, terwijl het toptarief van 49,5 procent wordt bereikt bij een inkomen boven 68.507 euro. Dit beginpunt van de hoogste tariefschijf zal gedurende de huidige kabinetsperiode – tot en met 2021 – worden bevroren op het niveau van 2018, wat betekent dat inflatiecorrectie achterwege blijft.

Het tarief in de eerste schijf bestaat uit belastingen en premies volksverzekeringen. Omdat AOW-gerechtigden geen AOW-premies betalen, ontstaat voor hen een drieschijvenstelsel.


Hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek voor de hoogste inkomens – dit jaar 49,5 procent – wordt vanaf 2020 versneld verlaagd met 3 procentpunt per jaar. Nu is dit nog 0,5 procent per jaar. In 2023 bedraagt de maximale aftrek 37,05 procent, het tarief van de eerste belastingschijf.

Ter compensatie wordt het eigen­woningforfait voor woningen met een WOZ-waarde boven 75.000 euro stapsgewijs verlaagd van 0,70 naar 0,45 procent in 2023. Voor woningen met een WOZ-waarde hoger dan 1.060.000 euro blijft het verhoogde eigenwoningforfait van 2,35 procent van toepassing.

Daar komt nog bij dat de Wet Hillen, waardoor woningeigenaren die hun hypotheek hebben afgelost geen eigen­woningforfait hoeven te betalen, in dertig jaar zal worden afgebouwd.


Andere aftrekbeperkingen

Voor een aantal andere posten zal eveneens een beperking van de aftrek gaan gelden, onder meer bij de ondernemersaftrek en de persoonsgebonden aftrek, zoals giften en alimentatie. Ook hier geldt een stapsgewijze beperking van de aftrek tot het basistarief van 37,05 procent in 2023. Wellicht is het zinvol om bepaalde aftrekposten nog in 2018 of 2019 te realiseren. Deze aftrekbeperking geldt overigens niet voor premies en inleg van lijfrentes en premies van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen. Die blijven aftrekbaar van de top van het inkomen.


Tarieven box 3

Het fictief rendement wordt jaarlijks vastgesteld op basis van referentie­rendementen voor sparen en beleggen in aandelen, obligaties en vastgoed. Op Prinsjesdag zijn de tarieven voor 2019 bekendgemaakt:

Deze tarieven gelden per persoon.

Disclaimer, geschreven naar stand van zaken per 3 oktober 2018

De door ING in deze notitie verstrekte informatie is geen aanbod, advies of financiële dienst en heeft uitsluitend tot doel u concreet te informeren en te voorzien van praktische tips. Wij adviseren u te allen tijde een specialist te raadplegen als het gaat om uw financiële en/of vermogensplanning. Bij het samenstellen van deze presentatie is de grootst mogelijke zorgvuldigheid betracht. Het kan echter voorkomen dat de informatie in onderhavige presentatie onjuistheden of onvolledigheden bevat. De ING is niet aansprakelijk voor enige schade (van welke aard dan ook) die voortvloeit uit het gebruik, op welke wijze dan ook, van de aangeboden informatie. Aan de verstrekte informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Eventueel genoemde tarieven zijn indicatief en zijn niet bindend voor de ING. Alle rechten en wijzigingen voorbehouden. Dit is een uiting van ING Bank NV, statutair gevestigd te Amsterdam