Oud-minister van Financiën
Jeroen Dijsselbloem

‘HET IS ZAAK OM TE BEGINNEN MET HET VERHOGEN VAN DE RENTE’

Het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank en het internationale handelsconflict zijn in de ogen van voormalig Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem twee belangrijke risico’s voor de Europese economie. Ook de grote afhankelijkheid van de banksector blijft een zwak punt.

Het ruime monetaire beleid van de Europese Centrale Bank en het internationale handelsconflict zijn in de ogen van voormalig Eurogroep-voorzitter Jeroen Dijsselbloem twee belangrijke risico’s voor de Europese economie. Ook de grote afhankelijkheid van de banksector blijft een zwak punt.

tekst: Michiel Pekelharing | foto: Martin Dijkstra


tekst: Michiel Pekelharing | foto: Martin Dijkstra


De Europese schuldencrisis ligt al enkele jaren achter ons; hoe staan we er nu voor? Hoe robuust is het economische systeem in Europa?

‘Een van de oorzaken van de crisis is dat risico’s niet werden onderkend en op financiële markten niet goed werden ingeprijsd. Tegenwoordig zijn we veel alerter op risico’s. Dat is overigens gebruikelijk na een grote crisis. Daarnaast hebben we via wijzigingen in wet- en regelgeving structurele maatregelen genomen die ervoor moeten zorgen dat risico in de toekomst wel goed wordt beprijsd. Die maatregelen hebben vooral betrekking op de financiële sector. Denk aan hogere kapitaaleisen voor banken en de wijze waarop deze partijen om moeten springen met risicomodellen. Uiteraard kan het altijd beter, maar we hebben echt flinke stappen gezet. Daarnaast zijn er op nationaal niveau structurele hervormingen doorgevoerd. De pensioenleeftijd is verhoogd en de arbeidsmarkt is flexibeler gemaakt. In heel veel landen is de begroting nu echt op orde. Dat betekent niet dat we rustig achterover kunnen leunen. In een kleine groep landen is de overheidsschuld nog erg hoog. Verder zou het goed zijn als er stappen gezet worden voor het verbeteren van het onder- nemersklimaat en het juridisch stelsel. Ook is het verstandig om de bureaucratie rond vergunningverlening aan te pakken. Helaas is het politiek draagvlak voor het nemen van dit soort maatregelen afgenomen. Je ziet vaak dat er in tijden van crisis stappen vooruit worden gezet. Zodra de economie herstelt, verdwijnt de animo om echt door te pakken


Zijn de huidige maatregelen niet te veel ingestoken op het aanpakken van de oorzaak van de vorige crisis, in plaats van dat we ons voorbereiden op een volgende crisis?

‘Het is moeilijk om te voorspellen hoe de volgende crisis eruit zal zien. Iedereen weet dat er vroeg of laat een nieuwe crisis komt, maar je weet nooit wanneer dat gebeurt en wat de oorzaak zal zijn. Er zijn zowel interne als externe risico’s. Het zeer ruime monetaire beleid is een van de grote interne risico’s. Om ons voor te bereiden op de volgende crisis is het zaak om dit beleid vroeg of laat af te bouwen. Als er nu een nieuwe crisis uitbreekt, heeft de Europese Centrale Bank nauwelijks mogelijkheden om de economie een impuls te geven.

De rente staat op nul en de bank heeft geen ruimte meer op de balans. Het is dus zaak om de balans te verkorten en om te beginnen met het verhogen van de rente. Dat is een risico voor de economie, want we weten niet hoe de beleggingswereld op deze koerswijziging zal reageren. Aan de andere kant is de handelsoorlog een van de grote externe risico’s. Je ziet dat de politieke spanning toeneemt. Bovendien zijn handelsbeperkingen schadelijk voor de economie en de investeringskansen. De risico’s zijn groot en zichtbaar, maar we weten niet waar ze gestalte krijgen. Is dat in een valutacrisis in opkomende markten of juist op een heel ander gebied waar niemand ze verwacht? Wat er de laatste maanden in Turkije gebeurt, hebben we ook niet zien aankomen.’

In hoeverre is het mogelijk om uit individuele landen met sterk uiteenlopende culturen – kijk bijvoorbeeld naar Finland en Griekenland – een unie te vormen die echt toekomstbestendig is?

‘De verschillen zijn inderdaad heel groot, maar dat is in de Verenigde Staten ook het geval. De cultuur in Silicon Valley is onvergelijkbaar met die van de agrarische gebieden in het middenwesten van dat land. Dit uit zich ook in politieke verschillen. Op kleinere schaal speelt dat natuurlijk ook in Nederland. Overijssel heeft een heel andere cultuur en een heel ander politiek klimaat dan bijvoorbeeld Limburg of Amsterdam. Maar leidt dat ertoe dat je niet kunt samenwerken en geen hechte verbanden kunt aangaan? Ik geloof het niet. Er zijn in de geschiedenis allerlei voorbeelden te vinden van gevallen waarin dat wel gelukt is. De Europese samenwerking gaat met vallen en opstaan. Soms lijkt het veel tijd te kosten, maar als je je verdiept in de geschiedenis zie je dat het eigenlijk heel snel gaat. De Monetaire Unie is in een paar decennia bedacht, uitonderhandeld en opgezet. Inmiddels hebben we zelfs ook de eerste grote crisis achter de rug. In de Verenigde Staten duurde de opbouw van een Monetaire Unie veel langer. Bovendien moet je de culturele verschillen niet weg willen werken; die zijn nu eenmaal een gegeven. Het uitgangspunt is dat we er veel bij te winnen hebben om economisch en politiek onze belangen aan elkaar te verbinden.’ >>

Zijn de huidige maatregelen niet te veel ingestoken op het aanpakken van de oorzaak van de vorige crisis, in plaats van dat we ons voorbereiden op een volgende crisis?

‘Het is moeilijk om te voorspellen hoe de volgende crisis eruit zal zien. Iedereen weet dat er vroeg of laat een nieuwe crisis komt, maar je weet nooit wanneer dat gebeurt en wat de oorzaak zal zijn. Er zijn zowel interne als externe risico’s. Het zeer ruime monetaire beleid is een van de grote interne risico’s. Om ons voor te bereiden op de volgende crisis is het zaak om dit beleid vroeg of laat af te bouwen. Als er nu een nieuwe crisis uitbreekt, heeft de Europese Centrale Bank nauwelijks mogelijkheden om de economie een impuls te geven. De rente staat op nul en de bank heeft geen ruimte meer op de balans. Het is dus zaak om de balans te verkorten en om te beginnen met het verhogen van de rente. Dat is een risico voor de economie, want we weten niet hoe de beleggingswereld op deze koerswijziging zal reageren. Aan de andere kant is de handelsoorlog een van de grote externe risico’s. Je ziet dat de politieke spanning toeneemt. Bovendien zijn handelsbeperkingen schadelijk voor de economie en de investeringskansen. De risico’s zijn groot en zichtbaar, maar we weten niet waar ze gestalte krijgen. Is dat in een valutacrisis in opkomende markten of juist op een heel ander gebied waar niemand ze verwacht? Wat er de laatste maanden in Turkije gebeurt, hebben we ook niet zien aankomen.’


In hoeverre is het mogelijk om uit individuele landen met sterk uiteenlopende culturen – kijk bijvoorbeeld naar Finland en Griekenland – een unie te vormen die echt toekomstbestendig is?

‘De verschillen zijn inderdaad heel groot, maar dat is in de Verenigde Staten ook het geval. De cultuur in Silicon Valley is onvergelijkbaar met die van de agrarische gebieden in het middenwesten van dat land. Dit uit zich ook in politieke verschillen. Op kleinere schaal speelt dat natuurlijk ook in Nederland. Overijssel heeft een heel andere cultuur en een heel ander politiek klimaat dan bijvoorbeeld Limburg of Amsterdam. Maar leidt dat ertoe dat je niet kunt samenwerken en geen hechte verbanden kunt aangaan? Ik geloof het niet. Er zijn in de geschiedenis allerlei voorbeelden te vinden van gevallen waarin dat wel gelukt is. De Europese samenwerking gaat met vallen en opstaan. Soms lijkt het veel tijd te kosten, maar als je je verdiept in de geschiedenis zie je dat het eigenlijk heel snel gaat. De Monetaire Unie is in een paar decennia bedacht, uitonderhandeld en opgezet. Inmiddels hebben we zelfs ook de eerste grote crisis achter de rug. In de Verenigde Staten duurde de opbouw van een Monetaire Unie veel langer. Bovendien moet je de culturele verschillen niet weg willen werken; die zijn nu eenmaal een gegeven. Het uitgangspunt is dat we er veel bij te winnen hebben om economisch en politiek onze belangen aan elkaar te verbinden.’

Worden de voordelen van Europese samenwerking wel voldoende naar buiten gebracht? Vaak gaat de aandacht vooral uit naar de negatieve zaken.

‘Dat geldt voor bijna elk onderwerp in de kranten. We hebben in Nederland bijvoorbeeld een fantastische gezondheidszorg, maar het zijn vooral zaken die niet goed gaan die het nieuws halen. Dat is iets van alle tijden. Ik denk eigenlijk dat het in ons voordeel werkt. Omdat er aandacht komt voor zaken die verkeerd lopen, krijgen we ook de kans om ze aan te pakken en te verbeteren. Daar komt bij dat mensen in veel opzichten kort van memorie zijn. Het is makkelijk om te vergeten dat de Europese samenwerking heeft gezorgd voor een ongekend lange periode van vrede op het continent. Als je op vakantie gaat, word je niet gecontroleerd bij de grens en je kunt overal met dezelfde munt betalen. Veel belangrijker voor de economie is dat we geen last meer hebben van valutacrises. In de decennia na de afschaffing van het Bretton Woods-stelsel in 1971 hebben we in Europa tientallen grote en kleine valutacrises gehad, die heel veel economische schade hebben aangericht. Dankzij de euro behoren die tot het verleden.’


Wat moet er gebeuren om Europa echt klaar te maken voor de toekomst?

‘Ik zou graag zien dat de Europese economie minder afhankelijk wordt van de banken. Momenteel verloopt zo’n 80 procent van de kredietvoorziening via de banken, terwijl dat in de Verenigde Staten ongeveer 25 procent is. Maar het kost veel tijd om daar verandering in te brengen. Door de grote afhankelijkheid van de banksector was het tijdens de kredietcrisis belangrijk om de banken overeind te houden, maar in mijn ogen is dat op de verkeerde manier gebeurd. In plaats van de bekende bail-outs hadden beleggers het verlies moeten slikken. Inmiddels zijn er regels ingevoerd die ervoor zorgen dat de verliezen in de toekomst op een betere manier worden verdeeld. Als ik terugkijk op mijn tijd als voorzitter van de Eurogroep, zijn het aanpakken van de banken en het in de steigers zetten van de Europese Bankenunie de zaken waarop ik het meest trots ben. In alle eurolanden vormden het saneren, herstructureren en herkapitaliseren van de banksector het startsein voor een herstel van de economie. Een mooi voorbeeld is Spanje, waar de economie met 3 à 4 procent groeit sinds de doorvoering van het bankenprogramma. In dit opzicht is Italië een uitzondering. In tegenstelling tot veel andere landen hebben ze daar geen bankencrisis gehad. Hierdoor konden ze het aanpakken van de banken heel lang uitstellen, met als gevolg dat het economisch herstel maar niet van de grond komt. Pas in 2016 is er een begin gemaakt met het op orde krijgen van de Italiaanse banksector. Inmiddels is het aantal slechte leningen bij banken met een derde afgenomen. Hopelijk ontstaat in Italië straks dezelfde dynamiek die we de afgelopen jaren al in veel andere Europese landen hebben gezien.’

Wie is Jeroen Dijsselbloem?

Na een studie landbouweconomie aan de Universiteit van Wageningen begon Jeroen Dijsselbloem (Eindhoven, 1966) aan een politieke carrière bij de Partij van de Arbeid. In 2000 werd hij lid van de Tweede Kamer, van eind 2012 tot en met 2017 was hij minister van Financiën in het kabinet Rutte II en sinds januari 2013 ook voorzitter van de Eurogroep, het overleg tussen de ministers van Financiën van de eurolanden. Na zijn afscheid in oktober 2017 van de Tweede Kamer en de beëindiging van zijn Eurogroep-voorzitterschap in januri van dit jaar schreef Dijsselbloem het boek De eurocrisis. Sinds kort is hij ook columnist bij Het Financieele Dagblad.