Kunsthandelaar Jan Six

‘OUDE MEESTERS ZIJN MIJN LEVEN EN MIJN PENSIOEN’

Zijn ontdekking van een nieuwe Rembrandt zorgt voor een bijzonder hoofdstuk in het leven van kunstadviseur Jan Six. Particulieren die in oude meesters willen investeren raadt hij aan een expert in de arm te nemen. ‘Het verschil met andere vormen van beleggen is wel dat je van kunst ook kunt genieten.’

Zijn ontdekking van een nieuwe Rembrandt zorgt voor een bijzonder hoofdstuk in het leven van kunstadviseur Jan Six. Particulieren die in oude meesters willen investeren raadt hij aan een expert in de arm te nemen. ‘Het verschil met andere vormen van beleggen is wel dat je van kunst ook kunt genieten.’

tekst: Rob Stallinga | foto: Martin Dijkstra


tekst: Rob Stallinga | foto: Martin Dijkstra


U kwam prominent in het nieuws toen u een nieuwe Rembrandt bleek te hebben ontdekt tijdens de Old Master Day Sale van veilinghuis Christie’s eind 2016. U kocht lot 122 voor 137.000 pond, omgerekend zo’n 160.000 euro. Wat is de werkelijke waarde?

‘Ik ken de waarde, maar houd die voor me, want het is niet relevant. Belangrijker is dat er een nieuw schilderij van Rembrandt is ontdekt. Het is niet aan mij maar aan de klant om de prijs al dan niet naar buiten te brengen. Ik ben er ook beducht voor dat straks tientallen tussenpersonen bij mij aankloppen met klanten die misschien meer willen betalen dan de door mij genoemde richtprijs. Dat leidt alleen maar tot rechtszaken en verwarring. Ik ben meer dan bereid om de richtprijs te geven, maar alleen aan een principale koper.’


U heeft het schilderij Portret van een jonge man genoemd. Blijft dat ook de titel?

‘In de zeventiende eeuw hadden schilderijen geen titel. Die traditie ontstond pas in de negentiende eeuw.

Maar omdat je iets moet, heb ik voor de simpelste naam gekozen, een noodnaam dus eigenlijk. De Engelse titel – Portrait of a young gentleman – past beter. Die geeft de toen heersende klassedistinctie beter weer. De geportretteerde jongeman is iemand die rijk is. Een bakkerszoon heeft het geld niet om zich te laten schilderen. Daarom is de term gentle zo belangrijk. Het is jammer dat daar geen goede Nederlandse vertaling voor is. Die titel verandert natuurlijk meteen als bekend wordt wie het is, maar dat is niet eenvoudig te ontdekken.

Toeschrijven is één ding, maar dat kunnen bewijzen, is veel lastiger.’


Wanneer gaat het schilderij in de verkoop?

‘Ik heb gezegd dat ik er pas iets mee zou doen als het terug zou zijn van de tentoonstelling in de Hermitage in Amsterdam. Sinds 18 juni sta ik dus open voor een deal. Ik zal het schilderij nooit via een veiling verkopen. Ik ben een handelaar en verkoop direct.’

Is het voor u belangrijk wie het schilderij koopt: een museum of een particulier?

‘Totaal niet. Daar ben ik heel nuchter in. Het maakt ook niet veel uit, want uiteindelijk komen vrijwel alle schilderijen in museale handen terecht. Particulieren die dit soort waardevolle schilderijen kopen, zijn vaak genegen om het uit te lenen ten behoeve van tentoonstellingen.

Weliswaar is een particulier niet verplicht om zoiets te doen, in de regel gebeurt dat wel. Een bekend schilderij is meestal meer waard dan een onbekend werk.’


Is uw ontdekking het bewijs dat beleggen in kunst loont, of is dit echt uitzonderlijk?

‘Dit is niet beleggen maar ontdekken. Beleggen zou zijn als ik nu een soort fonds opricht met dit schilderij als onderpand en over twintig jaar ga kijken wat er met de inleg gebeurt als ik het schilderij verkoop. Wel kan ik zeggen dat oude meesters over twintig jaar met winst zullen worden verkocht. Het rendement zal zeker hoger zijn dan wat de bank nu aan spaarrente geeft.’


Want oude meesters worden altijd meer waard?

‘Zeker, mits de conditie goed is en het om interessante schilderijen gaat. Aan de middenmoot valt niet veel te verdienen. Meesterwerken komen er niet meer bij, want die worden niet meer bijgeschilderd. Het is eigenlijk heel simpel. Economie gaat over schaarste. Datzelfde geldt ook voor de kunstmarkt.’


Voor moderne kunst ligt het waarschijnlijk lastiger?

‘Ik durf te zeggen dat 99 procent van de kunst die nu wordt gemaakt over veertig jaar de vuilnisbak in kan. Daar is simpelweg te veel van. De gebruikte materialen zijn kwalitatief ook veel slechter dan die van oude meesters.’


Hoe lonend is het om geld te steken in interessante oude meesters?

‘Ik heb mijn studieschuld met één schilderij afbetaald. Oude meesters zijn mijn leven en mijn pensioen. De rendementen blijven door de eeuwen heen ook opvallend constant. Schilderijen van bijvoorbeeld Rembrandt en Velasquez zijn door het dak geschoten, maar een Frans Hals was in de achttiende eeuw ook al heel veel waard. Mensen willen zekerheid, mooie spullen en iets unieks.’ >>

‘Het is heel simpel. Economie gaat over schaarste. Dat geldt ook voor de kunstmarkt’

Mochten particulieren besluiten in kunst te investeren, hoe kunnen zij dan flaters voorkomen?

‘Door er heel veel over te weten. De realiteit is daarom dat particulieren er verstandig aan doen om met een adviseur in zee te gaan. Begeleiding kost geld, maar op de lange termijn ben je wel spekkoper. Wie een kunstexpert in de arm neemt, krijgt niet alleen het beste advies maar komt er ook zonder kleerscheuren vanaf. Dat is in de brede wereld van vermogensbeheer niet anders. Daarom sluit beleggen in kunst zo goed aan bij andere vormen van beleggen. Het verschil is wel dat je van kunst ook kunt genieten. En dat een expert of handelaar bij een goede relatie met een klant kortingen uitdeelt. Ook ik verkoop eerder een schilderij met korting aan iemand die ik goed ken en aan wie ik op de lange termijn meer zou kunnen verkopen dan aan een totaal vreemde.’


Hoe vind je de juiste adviseur?

Lachend: ‘Dat is simpel, dat ben ik. Maar voor wie niet met mij in zee wil gaan, is het een hele zoektocht, want we hebben hier te maken met een open beroep. Er bestaat geen lijst van goede en slechte adviseurs. Mijn advies: ga eerst met iemand praten. Dat eerste gesprek is heel belangrijk. Vraag dan wat zo iemand allemaal heeft gedaan. Wat heeft de handelaar al verkocht? Met welke musea zijn er contacten? Ik zou daarnaast informeren hoe anderen over de bewuste adviseur denken.’

Waarom zou een adviseur een bijzonder kunstwerk afstaan aan de klant en niet zelf kopen?

‘Het zou raar zijn als een adviseur in loondienst een schilderij voor zichzelf koopt. Dat doen medewerkers van veilinghuizen ook niet. Maar wie zoals ik niet in loondienst is, houdt de ontdekking van een bijzonder schilderij voor zichzelf en ontvangt dan de hoofdprijs.’


Wat gaat u met de hoofdprijs van de nieuwe Rembrandt doen?

‘Ik zal er waarschijnlijk nieuwe schilderijen van kopen om de markt levend te houden, maar mijn leven zal er verder niet oor veranderen. Ik blijf op mijn fietsje fietsen, in de supermarkt mijn boodschappen doen, maar zal zo nu en dan wel enorm genieten van dit hoofdstuk in mijn leven.’


Want was dit het laatste schilderij van Rembrandt dat nog niet ontdekt was?

‘Het zou vervelend zijn als dit het was. Volgens econoom en kunsthistoricus John Michael Montias maakte een schilder uit de Gouden Eeuw gemiddeld tien schilderijen per jaar. Dat zou betekenen dat Rembrandt er 490 zou hebben geschilderd. Omdat hij ook veel tekende en prenten maakte, zullen dat er minder zijn, zeg 390. Er zijn nu 325 schilderijen van Rembrandt bekend, dus er is hoop op meer ontdekkingen.'

Wie is Jan Six?

Kunsthandelaar Jan Six (1978) is de elfde generatie van een patriciërsgeslacht dat door schrijver Geert Mak werd geportretteerd in De levens van Jan Six. Een familiegeschiedenis. Na zijn studie kunstgeschiedenis en archeologie werkte Six voor veilinghuis Sotheby’s in Londen. Terug in Amsterdam werd hij hoofd oude meesters van hun Nederlandse vestiging. Tijdens de recessie begon hij Kunsthandel Jan Six Fine Art, die vooral handelt in Nederlandse en Vlaamse schilderijen en tekeningen uit de periode 1400-1800.